In Brecht wordt er zelden bijgebouwd, wel bijgewonnen
Brecht is een van de snelst groeiende gemeenten van de Voorkempen. Er wonen ruim dertigduizend mensen, en dat aantal stijgt al jaren, terwijl de kavels niet meegroeien. Het gevolg zien wij elke week: gezinnen die geen tuin meer willen inleveren aan een aanbouw, en de ruimte dus binnen gaan zoeken. Een zolder die al twintig jaar dienstdoet als opslag wordt twee slaapkamers. Een te ruime garage wordt een bureau. Een schuur naast een oude Kempense hoeve wordt een leefkeuken. In al die gevallen komen wij aan zet met gipsplaten, metalstud en isolatie, en meestal zonder dat er ook maar één steen bij moet.
Wij werken in heel de gemeente 2960, dus in Brecht zelf, in Sint-Lenaarts en in Sint-Job-in-'t-Goor. Die drie kernen delen dezelfde postcode maar niet hetzelfde bouwsel, en dat merkt u meteen aan hoe een werf verloopt.
Drie kernen, drie soorten woningen
In Brecht-centrum, met de wijken Statie, Laar, Hoek en Lessius rond de oude Plaetse waar al sinds de vijftiende eeuw markt wordt gehouden, staan de huizen dichter op elkaar: rijwoningen, half open bebouwing en boven de handelszaken heel wat appartementen. Daar draait het werk vaak rond geluid tussen twee eenheden en rond een verlaagd plafond dat leidingen wegwerkt.
In Sint-Lenaarts en Sint-Job-in-'t-Goor, en in de gehuchten rond Overbroek en de Brechtse Heide, staat meer open bebouwing op ruime percelen: fermettes uit de jaren zeventig en tachtig, verbouwde hoeves, bungalows met een grote zolderruimte onder een pannendak. Daar gaat het bijna altijd over volume: een hoge nok die bewoonbaar moet worden, een leefruimte van vijf op acht meter die een fatsoenlijk plafond nodig heeft, een bijgebouw dat isolatie en een binnenafwerking mist.
De zolder onder een Kempens pannendak
De meeste zolders die wij inrichten, hebben één ding gemeen: het dak is ooit langs de buitenkant vernieuwd, maar binnen bleven de kepers in het zicht. Wij beginnen dan met de opbouw na te meten. Zit er voldoende isolatiedikte tussen de kepers, of moeten we die aandikken met een extra regelwerk? Pas als dat vastligt, gaat het dampscherm erover, luchtdicht afgekleefd rond elke doorvoer, met de naden ruim overlappend. Daarna komt een technische ruimte van enkele centimeters voor de leidingen, zodat er later niemand door het scherm moet boren om een stopcontact bij te plaatsen. De gipsplaten gaan er als laatste tegen.
Op een zolder met een lage knieplaat maken we van de restruimte achter de schuine wanden meestal bergruimte met een luik of een lage deur. Wat er verder aan buizen en dakkapelconstructie zit, verdwijnt achter de beplating. Wat we inkokeren, kijkt u nadien niet meer aan.
De trap en de vloer eerst
Een zolder wordt pas een volwaardige verdieping als de toegang klopt. Wij stemmen onze wanden daarom af op de plaats van de trap en op de vrije hoogte boven de traponderbreking, en we houden er rekening mee dat de vloeropbouw nog enkele centimeters vraagt. Dat lijkt een detail tot de deurhoogte niet meer uitkomt.
Van schuur, garage of stal naar leefruimte
Brecht ligt in het zandige deel van Vlaanderen, met klei in de ondergrond die vroeger langs het kanaal werd ontgonnen. De vaart tussen Antwerpen en Turnhout, die tussen 1863 en 1877 werd voltooid en de gemeente van noordoost naar zuidwest doorsnijdt, voerde die klei af en bracht kolen aan, en zo ontstond hier een hele reeks steenbakkerijen. Dat zie je nog altijd aan het bouwsel: dikke, massieve muren in volle baksteen, mooi maar koud en vaak niet kaarsrecht. Wij zetten in zulke bijgebouwen een vrijstaande wandopbouw tegen de bestaande muur, met een spouw die we vullen met minerale wol. De profielen staan los van het metselwerk, wat meteen twee problemen oplost: we corrigeren de scheefstand van de oude muur en we vermijden dat elk oneffenheidje doorkomt in de afwerking.
- Een stalen spant of een betonnen kolom laten we vrij en koker we apart in, in plaats van er de wand tegenaan te duwen.
- Waar de vloer duidelijk opzuigt, wachten we met dichtmaken tot de ondergrond droog is.
- Voor een keuken of douche in een bijgebouw gebruiken we vochtwerende platen, en achter tegelwerk een cementgebonden ondergrond.
- Waar later een wastafel, een keukenkast of een tv aan moet, plaatsen we vooraf een versterking tussen de stijlen.
Isoleren langs de binnenkant en de premies daarrond
Een isolerende voorzetwand is in de Kempen een klassieker, zeker bij woningen uit de jaren zestig en zeventig met een spouw die nauwelijks iets voorstelt. De opbouw is eenvoudig: een vrijstaand of aan de muur bevestigd regelwerk, isolatie ertussen, een dampremmende laag en dan de gipskartonplaten. Uw gevel blijft ongemoeid, wat handig is bij een woning met sierbaksteen die u niet wil bepleisteren. Zo'n binnenisolatie werkt door in het EPC van de woning, en voor muurisolatie die door een aannemer wordt geplaatst bestaan er steunmaatregelen van de Vlaamse overheid via Mijn VerbouwPremie. De voorwaarden, zoals een minimale isolatiewaarde en een factuur met de juiste vermeldingen, wijzigen geregeld, dus we stemmen de opbouw en de papieren daar vooraf op af.
Let wel: binnenisolatie vraagt zorg. Een muur die van buitenaf water opneemt of een raamaansluiting die een koudebrug vormt, moet eerst in orde zijn. Wij bekijken dat ter plaatse en zeggen het ook als een voorzetwand op die plek geen goed idee is. Verandert u de functie van een bijgebouw of maakt u er een aparte wooneenheid van, dan hoort daar bovendien een omgevingsvergunning bij de gemeente bij.
Plafonds boven ruime leefruimtes
In de open bebouwing van Sint-Job-in-'t-Goor en Sint-Lenaarts zijn de leefruimtes vaak groot en de overspanningen lang. Een verlaagd plafond hangen we daar op aan een raster van primaire en secundaire profielen met verstelbare hangers, nooit rechtstreeks tegen een balklaag die ongelijk ligt. Zo blijft de doorbuiging beperkt en krijgt u een vlak dat over acht meter niet gaat golven. In dat plafond werken we de kanalen van een ventilatiesysteem, de leidingen van een warmtepomp en de bekabeling van de verlichting weg. Inbouwspots tekenen we op voorhand uit, zodat de boorgaten niet net op een profiel of een kanaal vallen. Waar een kraantje of een filter zit, komt er een inspectieluik.
Stil werken en stil wonen
Brecht is voor veel gezinnen een pendelgemeente geworden: het station Noorderkempen ligt aan de hogesnelheidslijn richting Antwerpen en Breda, en de E19 doorsnijdt de gemeente van zuid naar noord met twee complexen. Wie een deel van de week thuiswerkt, wil een bureau waar de rest van het huis niet doorkomt. Een akoestische wand doet daar veel voor: profielen op een akoestische band, een gevulde spouw, dubbele beplating met een zwaardere plaat en een deur die goed aansluit. Het wordt merkbaar stiller, al zal een luide radio in de gang nooit helemaal verdwijnen, en dat beloven we dan ook niet. Bij een slaapkamer boven een garage of naast een technische ruimte pakken we het plafond mee aan met een verende ophanging, want anders komt het geluid gewoon langs boven binnen.
Een werf in een huis waar gewoon verder wordt gewoond
Bijna niemand trekt hier weg tijdens de werken. Het gezin blijft in huis, de kinderen gaan in het dorp naar school, en de zolder of het bijgebouw wordt stuk voor stuk aangepakt. Wij delen de werf daarom op in zones. Waar we bezig zijn, hangt een stofscherm met een rits, en de doorgang naar de rest van het huis blijft dicht. Zagen doen we zo veel mogelijk buiten of in de garage, want gipsstof kruipt tot in de kasten van de verdieping eronder. Op het einde van elke dag ruimen we op, ook als we de dag nadien terugkomen.
Wat leveringen betreft, hebben we het in Brecht makkelijker dan in de stad: op de meeste percelen kunnen we naast de woning lossen en de platen droog opslaan onder een zeil of in een bijgebouw. Gipsplaten die een nacht in de regen hebben gestaan, verwerken wij niet, hoe verleidelijk het ook is om door te gaan. Bij een rijwoning in het centrum, waar de doorgang smaller is, plannen we de levering en het naar binnen dragen op één blok in plaats van verspreid over de week.
Afwerken tot schilderklaar
Onze werf is pas af als de schilder zonder klachten kan beginnen. We plamuren in drie lagen: de voeg met wapeningsband, een bredere tussenlaag en een dunne afstriklaag die we licht opschuren. Buitenhoeken krijgen een hoekprofiel, aansluitingen tegen bestaand pleisterwerk een kantopsluitband, en waar twee materialen samenkomen kiezen we liever een nette schaduwvoeg dan een naad die na een winter opnieuw scheurt. In een woonkamer met grote raampartijen naar de tuin, waar het licht schuin over de wand strijkt, gaan we een niveau verder in het schuurwerk, want daar ziet u anders elke plamuurstreek staan.
Wilt u weten wat er bij u kan? Geef ons de basis door: welke kern van 2960, welk type woning, welke ruimte, en wat u er wil van maken. Enkele foto's van de zolder, het bijgebouw of de kamer helpen ons al ver. Wij komen langs, meten na en zetten daarna wand per wand op papier wat we plaatsen en hoe we het afwerken. Uw vraag laat u eenvoudig achter via het formulier op deze pagina.