Een verbouwing in het hart van Antwerpen begint zelden bij de wand zelf. Ze begint bij de vraag hoe een plaat van drie meter tot op de tweede verdieping raakt. In de postcode 2000, het stuk stad tussen de Leien en de kaaien van de Schelde, staan de woningen smal en hoog, met trappen die twee keer draaien en een overloop waar twee mensen elkaar amper passeren. Wij bekijken een opdracht in 't Stad daarom van achter naar voor: eerst de weg naar boven, dan de opbouw van de wand, pas daarna de afwerking. Dat scheelt gebroken plaathoeken, beschadigd pleisterwerk in de traphal en een verloren werkdag.
De trap bepaalt de plaat, niet omgekeerd
In een Antwerps rijhuis met een gedraaide houten trap krijgen we een plaat van 300 cm zelden ongeschonden boven. We meten daarom vooraf de vrije doorgang op de bocht en kiezen het formaat daarop: soms werken we met platen van 260 cm, soms met kortere stukken en een extra dwarsvoeg die we netjes verspringend leggen zodat er geen doorlopende naad ontstaat. Op de bovenste bouwlaag is het raam af en toe de betere ingang, met een ladderlift op straat en materiaal dat in één beweging naar binnen gaat. In het centrum plannen we die levering op een rustig moment, want in de smalle straten rond Sint-Andries en de Universiteitsbuurt is stilstaan met een bestelwagen geen vanzelfsprekendheid.
Omdat we vaak in een bewoond pand werken, brengen we per dag alleen binnen wat we die dag verwerken. De trap krijgt een beschermlaag, de doorgangen een stofscherm met rits, en we zagen zo veel mogelijk buiten de leefruimte. Gipsstof komt anders overal terecht, en in een appartement met open leefruimte is dat het eerste waar bewoners op terugkomen.
Smal, hoog en diep: het bouwtype binnen de Leien
Het klassieke rijhuis in 2000 is zelden breder dan zes meter en telt drie tot vier bouwlagen. De kamers zijn diep, de plafonds hoog, en achteraan zit vaak een aanbouw met een lager dak. Dat geeft mooie volumes, maar ook lange wanden die kaarsrecht moeten staan over een grote hoogte. Bij een metalstudwand van meer dan drie meter hoog verzwaren we het regelwerk of verkleinen we de tussenafstand van de stijlen, en we plaatsen de eerste beplating verticaal en de tweede verspringend. Een dubbele beplating is in zulke hoge kamers geen luxe: ze maakt de wand stijver, minder gevoelig voor stoten en meteen ook een stuk stiller.
In de herenhuizen die intussen zijn opgedeeld in appartementen, zitten er nog geregeld gipsen sierlijsten en rozetten tegen het plafond. Die hoeven niet te verdwijnen. We kunnen een verlaagd plafond zo aanzetten dat het op enkele centimeters van de kroonlijst stopt, met een schaduwvoeg als overgang. Het oude blijft zichtbaar, de nieuwe technieken zitten weg, en niemand hoeft te kiezen tussen erfgoed en comfort.
In een smal huis wint u ruimte door de wand zelf te laten werken. Wij bouwen geregeld een lichte scheiding die aan de ene kant een nis voor de televisie bevat en aan de andere kant een ingebouwde kast, of een dressingwand die de slaapkamer van de traphal scheidt. Omdat een wandopbouw met metalstud maar een tiental centimeter dik is, verliest u veel minder vloeroppervlak dan met gemetste blokken, en het gewicht op de oude balklaag blijft beperkt. Dat laatste telt zwaar in panden waar de vloeren al anderhalve eeuw meegaan. Waar er iets zwaars aan de wand moet hangen, voorzien we op voorhand een houten of stalen versterking tussen de stijlen.
Verlagen zonder de kamer plat te slaan
Een plafond van drieënhalve meter hoog verlagen is snel gezegd, maar wie er te veel afhaalt, haalt de ziel uit de kamer. Wij verlagen liever plaatselijk: een strook boven de leidingen, een verlaagde zone boven de keuken of de badkamer, en de rest van het plafond blijft op hoogte. Waar we wel over de volle breedte werken, hangen we een raster van primaire en secundaire profielen aan verstelbare hangers. Zo compenseren we de oneffenheden van een oude balklaag en houden we de doorbuiging binnen de perken, ook bij een overspanning van vijf meter of meer.
Wat er boven een verlaagd plafond verdwijnt
Ventilatiekanalen van een systeem D, afvoerleidingen van een badkamer die achteraf werd bijgeplaatst, kabelgoten, de leidingen van een warmtepomp: het zit er allemaal in. Wat we inkokeren, ziet u niet meer terug. We houden wel altijd een inspectieluik voorzien op de plaats waar een kraantje of een filter zit, want een plafond dat later moet worden opengebroken, is een slecht plafond. Inbouwspots tekenen we op voorhand uit, zodat de gaten niet in een profiel vallen.
Lofts en oude pakhuizen aan het Eilandje
Aan het Eilandje en in het Schipperskwartier zijn heel wat oude opslagpanden omgebouwd tot woningen. Antwerpen ligt grotendeels op de rechteroever van de Schelde, met daarrond het havengebied van Port of Antwerp-Bruges, na Rotterdam de grootste containerhaven van Europa, en die havengeschiedenis zit nog in het bouwsel: gietijzeren kolommen, zware houten moerbalken, ruwe binnenmuren. In zo'n loft plaatsen we bij voorkeur vrijstaande wanden die de historische structuur niet raken. De stijlen staan dan los van de kolom, met een soepele aansluiting bovenaan die de beweging van de balklaag opvangt zonder scheuren in de voeg.
Onder een hellend dak of tegen een dakvlak werken we altijd met een doorlopend dampscherm achter de gipsplaten, met overlappende naden en luchtdicht afgekleefde doorvoeringen. Een gaatje in dat scherm lijkt niets, maar het is precies daar dat vochtige binnenlucht in de isolatie kruipt. Wij plaatsen daarom de elektriciteit in een aparte technische spouw voor het dampscherm, zodat er achteraf niemand nog door moet boren.
Geluid tussen buren: wat een voorzetwand wel en niet doet
De binnenstad leeft laat. Rond de Grote Markt met de Brabofontein, op het Zuid en in de cafés van de Ossenmarkt is dat de charme van wonen in 2000, tot het uw slaapkamer binnenkomt. Een akoestische voorzetwand dempt dat merkbaar, maar ze maakt geen stilte. Wie iets anders belooft, vertelt u iets dat niet klopt. Wat wij doen, is de wand ontkoppelen van de bestaande muur, een akoestische band onder alle profielen leggen, de spouw vullen met minerale wol en dubbel beplaten met een zwaardere plaat. Het lawaai van de straat en het gepraat van de buren zakken daardoor stevig weg, terwijl een dreunende bas altijd deels via de vloer en de balklaag blijft doorkomen.
In opgedeelde panden is dat flankerend geluid vaak het echte probleem. Dan heeft het weinig zin om alleen de scheidingsmuur aan te pakken. We bekijken in dat geval ook het plafond, met een verende ophanging, of de aansluiting van de wand op de vloerplaat.
Brandveilig opdelen van een stadspand
Zodra een woning in meerdere eenheden wordt opgedeeld, of een handelspand een woonfunctie krijgt, komt de brandveiligheid mee op tafel, en meestal ook een omgevingsvergunning. Wij bouwen de scheidingswanden en de kokers dan op in brandwerend plaatmateriaal van het type F, met de juiste schroefafstand, opgevulde voegen en doorvoeringen die correct worden afgedicht. Een brandwerende wand die met de beste bedoelingen wordt doorboord voor een stopcontact, is geen brandwerende wand meer.
| Plaats in het pand | Plaattype | Waarom |
| Woonkamer, slaapkamer | Standaardplaat | Vlak, stabiel, makkelijk af te werken. |
| Badkamer, wc | Vochtwerende plaat | Verdraagt de wisselende luchtvochtigheid beter. |
| Achter de douchetegels | Cementgebonden plaat | Stevige, vochtbestendige ondergrond voor tegelwerk. |
| Trappenhuis, technische koker | Brandwerende plaat type F | Houdt de brandweerstand van de scheiding aan. |
| Gang, kinderkamer | Slagvaste plaat | Verdraagt fietsen, meubels en dagelijks gebruik. |
Vocht in een oude stadswoning: eerst de oorzaak
We zetten geen wand voor een muur die nog nat is. Opstijgend vocht, een lekkende regenpijp in de koker of een niet werkende verluchting van een badkamer los je niet op met een plaat ervoor. Wat wij wel doen, is de bron mee helpen opsporen, de wand pas dichtmaken als het droog is, en dan bouwen met een spouw die kan ademen. In natte ruimtes gebruiken we vochtwerende platen en achter tegelwerk een cementgebonden ondergrond. Dat is duurzaam, maar het blijft een gipsproduct: het houdt geen staand water tegen, en dat vertellen we op voorhand liever dan achteraf.
Van skelet tot schilderklaar
De afwerking maakt in het centrum vaak het verschil. De ramen zijn er hoog, en het strijklicht dat in de late namiddag over een wand valt, laat elke oneffenheid zien. Wij plamuren daarom in drie lagen: eerst de voeg met wapeningsband, dan een bredere tussenlaag, dan een dunne afstriklaag die we licht opschuren. Buitenhoeken krijgen een hoekprofiel, en waar een wand tegen oud pleisterwerk aansluit, werken we met een kantopsluitband of een schaduwvoeg zodat een latere scheurtje niet dwars door de verf loopt. Zo geven we een oppervlak af dat de schilder meteen kan opnemen.
Wilt u weten wat er bij u mogelijk is, beschrijf dan kort de woning: het aantal bouwlagen, de plafondhoogte, wat er moet gebeuren en hoe de trap loopt. Een paar foto's van de kamer en van de traphal zeggen ons vaak meer dan een lange uitleg. Wij komen ter plaatse kijken en zetten daarna alles op papier, wand per wand en plafond per plafond, zodat u precies weet welke opbouw u krijgt. Uw aanvraag mag u gewoon via het formulier op deze pagina doorgeven.